Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen (1952) werd geboren in Den Haag. Haar vader was theoloog en het gezin verhuisde vaak. Thuis werd veel gelezen, muziek gemaakt en toneel gespeeld.

Na verschillende studies, waaronder Grafische Kunsten in Antwerpen, publiceerde ze in 1978 haar eerste kinderboek: ‘De appelmoesstraat is anders’. In datzelfde jaar won ze met haar eerste cabaretprogramma alle prijzen op het Camerettenfestival.

Ze schreef en tekende tientallen kinderboeken die veelvuldig werden vertaald en bekroond. In de jaren ’90 kwamen haar eerste dichtbundel en haar eerste roman voor volwassenen uit. Sindsdien schrijft ze boeken voor zowel kinderen als volwassenen. Ook bracht ze verschillende programma’s in het theater, zoals ‘Toen mijn vader een struik werd’, samen met celliste Anne Korff de Gidts. 

In 2000 ontving ze de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboekenoeuvre.

Joke van Leeuwen woont in het centrum van Antwerpen. 

Foto: Brenda van Leeuwen

Aan welk boek uit uw jeugd heeft u goede herinneringen?

“Mijn moeder las ons Winnie de Poeh voor en moest er zelf vaak om lachen. Ik begreep toen dat er kinderboeken bestaan waar volwassenen en kinderen samen iets aan kunnen hebben.”

Was u als meisje al veel aan het lezen en tekenen of had u ook andere hobby’s?

“Ik was al jong veel aan het lezen en tekenen. Ik schreef schriften vol met verhalen en maakte er tekeningen bij. Er kwamen altijd avontuurlijke meisjes in voor. Ik maakte ook een handgeschreven huiskrant, het ‘Leeuwenbekje’. Computers waren er toen nog niet.”

Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Wat betreft de kinderboeken: Iep omdat dat boek eigenlijk gaat over kunnen loslaten. En Toen mijn vader een struik werd, over een meisje dat moet vluchten, omdat ikzelf (Bosniërs), mijn ouders (onderduikers, Eritreeërs, Zuid-Afrikanen) en mijn grootouders (Belgen, Russen) te maken hebben gehad met genoemde vluchtelingen, door hen op te vangen. Daar moest weleens een boek van komen.”

U schrijft zowel kinderboeken als literatuur voor volwassenen. Kunt u uw humor in beide soorten boeken op dezelfde manier kwijt? Of vraagt het een andere manier van werken?

“Het is niet echt een andere manier van werken, behalve dat ik in kinderboeken vanuit kinderen denk en in mijn romans vanuit volwassenen, wat invloed heeft op de stijl en de inhoud. Een vorm van humor mag er wat mij betreft in beide gevallen in aanwezig zijn. Het mooie van schrijven vanuit kinderen is dat je er een bepaald soort milde subversiviteit in kan leggen. Zoals iemand ooit zei: ‘vanuit dat perspectief zie je van de volwassenen vooral hun neusgaten’.”

Uw nieuwste boek ‘Dát bedoel ik, zei de zalm‘ is onlangs verschenen. Kunt u iets over dit boek vertellen?

“Het is geschreven voor de maand van de Filosofie. Het thema heeft dit jaar te maken met waarde en waardering. Het is een kettingverhaal: een pluisje ontmoet een beker, de beker ontmoet een zalm, de zalm ontmoet een zandkorrel enz.. Door het zo aan te pakken kon ik speelse dialogen schrijven waarin allerlei aspecten van die thematiek ongedwongen aan bod konden komen.”

Wat is uw boodschap of tip voor jonge kinderen?

“Ik schrijf niet met een boodschap. Een kinderboek is een vrijplaats voor de jonge lezer. Ik hoop dat hun al of nog aanwezige verbeeldingskracht wordt geprikkeld, dat ze zich in de personages kunnen inleven, dat ze plezier vinden en herkenning of lezend op ongewis avontuur gaan.”

Leesleeuw recensies

Wij schreven een recensie over het boek ‘Iep’ van Joke van Leeuwen. Klik hier om deze recensie te lezen.

Ook schreven wij een recensie over het boek
‘Toen ik’, deze kun je hier lezen.

De recensie die wij over ‘Toen mijn vader een struik werd’ schreven, lees je hier.

error: Content is protected !!