Jacques Vriens

Jacques Vriens (1946) werd geboren op 26 maart in ’s Hertogenbosch. Hij groeide op in Helmond, waar zijn ouders een hotel runden. Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Amsterdam en ging hij naar de Kweekschool (Pabo). Hij werd onderwijzer in Amsterdam en Abcoude en uiteindelijk werd hij in 1983 directeur van een basisschool in Bakel. Ondertussen was hij ook aan het schrijven en debuteerde hij in 1976 met ‘Die rotschool met die fijne klas’. 

Vanaf 1993 is hij fulltime schrijver en zijn er inmiddels al veel boeken van hem verschenen. Tommie en Lotje, Meester Jaap, Achtste-groepers huilen niet…Zijn ervaringen op school blijven een grote inspiratiebron voor hem. Hoewel zijn boeken meestal vrolijk zijn, komen ook de serieuzere onderwerpen aan bod, zoals scheidingen, pesten en ernstige ziektes.

Inmiddels heeft Jacques Vriens al meer dan 80 boeken geschreven en is zijn werk bekroond met verschillende prijzen, waaronder twee Zilveren Griffels, de Archeon/Thea Beckmanprijs voor ‘Oorlogsgeheimen’ en de verfilming van ‘Achtste-groepers huilen niet’ kreeg een Gouden Kalf. In 2001 werd Jacques door de koningin benoemd tot Ridder in de orde van de Nederlandse leeuw. Hij kreeg de prijs voor zijn boeken en zijn werkzaamheden in het onderwijs.

Jacques Vriens is getrouwd en heeft twee kinderen en drie kleinkinderen. Hij woont in Zuid-Limburg. 

Foto: Rufus Hegeman

Wat is uw favoriete boek van vroeger?

De Kinderkaravaan van An Rutgers van der Loeff. Er ging voor mij een wereld open. Tot op dat moment las ik vooral Arendsoogboeken, verhalen over een heel brave cowboy. Ik wil mijn jeugdboekenheld hier niet afvallen, want dankzij hem werd ik een lezer. Maar achteraf gezien was hij zo plat als een dubbeltje. Hij deed nooit iets fout.

In ‘De Kinderkaravaan’ waren het soms helden, maar vaak ook niet. Ze maakten ruzie, hadden elkaar lief en waren verdrietig, bang, gelukkig of eenzaam. Het boek vertelt het verhaal van een familie die halverwege de negentiende eeuw van de oostkust van Amerika naar de westkust trekt op zoek naar een beter leven. Onderweg sterven de ouders en de twee oudste kinderen nemen hun rol over. Een ontroerend maar ook spannend boek. 

Ik wilde toen al schrijver worden en dacht na het lezen van dit boek: zo zou ik ook willen schrijven.”

Was u als jongetje al veel aan het lezen of had u ook andere hobby’s?

“Wij hadden thuis bijna geen boeken. Mijn ouders (die een hotel runden), lazen ook bijna nooit voor. Daar hadden ze geen tijd voor. Ik luisterde wel veel naar de radio. Iedere dag was er wel een hoorspel voor kinderen. Een soort toneelstukjes op de radio. Je hoorde de stemmen en de geluiden en dan zag ik het helemaal voor me. 

Op school werd in de vijfde klas (nu groep zeven) wel veel voorgelezen door de meester. Meestal deed ik mijn ogen dicht en luisterde naar zijn stem. Dan dacht ik: een boek is ook net een hoorspel. 

Meestal las hij voor uit Arendsoog (die brave cowboy). Vaak stopte de meester op een spannend moment. Op een dag had ik daar genoeg van en ging naar de bieb en begon alle boeken van Arendsoog te lezen. Na een tijdje zei de juffrouw van de bieb: ‘Probeer dit boek eens, daar komen ook cowboys in voor’. Dat was De Kinderkaravaan. 

En o ja, mijn grootste hobby was (en is) toneelspelen. Dat deed ik al in het toneelzaaltje achter het hotel van mijn ouders.”

Op welk boek bent u het meest trots of welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Mijn eerste boek Die rotschool met die fijne klas. Ik twijfelde heel erg. Ik schreef een paar hoofdstukken, legde het boek weer weg en ging na een tijdje toch weer door. Het duurde wel drie jaar voordat het af was. Nog steeds twijfelde ik. Een vriend die veel van kinderboeken wist, las het en was enthousiast. Ik stuurde het toen naar uitgeverij Van Holkema en Warendorf. Ik had het idee dat dit boek daar wel paste. Ze gaven toen ook al boeken uit die ‘echt’ gebeurd zouden kunnen zijn. 

Ik werd uitgenodigd en toen bleek dat Paul Biegel daar adviseur was. Ik vond het heel spannend, want ik was een groot bewonderaar van zijn werk en hij behoorde toen echt tot de ‘grote’ kinderboekenschrijvers. Toen ik op de uitgeverij kwam, gaf hij mij een hand en zei: ‘Ik heb genoten van uw boek’. Dat was een fantastisch moment. Paul Biegel zei eigenlijk: ‘Jij mag kinderboekenschrijver worden’.

Achtste-groepers huilen niet heeft  voor mij een speciale betekenis, omdat het gaat over een meisje dat echt bij mij in de klas heeft gezeten. Het was een erg leuke meid, grappig en met een groot rechtvaardigheidsgevoel. We dachten allemaal dat ze beter zou worden, maar dat gebeurde niet. Het was voor mijn groep en mijzelf. Ik besloot dat ik over haar wilde schrijven om haar niet te vergeten. Dat lukte pas na een jaar of zeven. Ik vond het moeilijk en het maakte me telkens heel verdrietig als ik over haar schreef.”

Heeft u als oud-onderwijzer een tip voor alle leerkrachten onder ons?

  • Veel voorlezen of een luisterboek opzetten
  • Kinderen iedere dag minstens 20 minuten zelf laten lezen
  • Kinderen die moeite hebben met lezen: zet ze een koptelefoon op, boek in de hand en luisterboek opzetten
  • Zorg voor een goede bieb, zodat kinderen ook makkelijk kunnen ruilen als ze een boek niet leuk vinden
  • Vertel over boeken (laat ze zien, lees de achterkant voor of het eerste hoofdstuk)
  • Laat kinderen vertellen over boeken. Houd het simpel. Ze mogen ‘reclame’ maken voor een boek dat ze leuk vinden. Korte inhoud en een stukje voorlezen. Allerlei toeters en bellen (boekendozen, PowerPoint etc) hoeft voor mij niet. Dat geeft vaak stress (voor kinderen en ouders)

Bent u nu bezig met een nieuw boek of project?

“Ik schrijf nu een theatervoorstelling (bewerking van mijn boek Jakob en de zeven gevaren

Ik werk ook aan een nieuw boek. Ik vind het altijd lastig om daar al iets over te zeggen. Net of je een taart in de oven hebt staan en je de deur niet open moet doen.”

Wat is uw boodschap of tip voor jonge lezers?

“Zoek iemand die je wil voorlezen. Haal in elk geval ook prentenboeken uit de bieb. Ook als je nog niet kunt lezen, vertellen de tekeningen al heel veel.”

Leesleeuw recensie

Wij schreven een recensie over het boek ‘De dikke meester Jaap’ van Jacques Vriens. Klik hier om deze recensie te lezen.

Ook schreven wij een recensie over het boek ‘Achtste-groepers huilen niet’, deze kun je hier lezen. 

error: Content is protected !!